| |
|
|
| |
|
|
| |
| |
2000 jaar Champrobert en de Morvan in een notendop |
|
| |
Een Frans café |
|
| |
De Morvan en haar ’Nourrices’ |
|
| |
Het verhaal van Château de Menessaire |
|
| |
Bricoleren en een cursus Frans in één |
|
| |
Groot is goed, veel is lekker en meer is beter |
|
| |
De Bourgogne verhalend |
|
| |
Streekgerechten |
|
| |
Offices du tourisme in de Bourgogne |
|
| |
Chambres de Commerce et d’Industrie |
|
| |
|
BOURGOGNE - huuraanbod -
De streek die bekend staat om haar levensgenieters
Iedereen heeft wel eens de gevleugelde uitspraak; ‘hij is een echte Bourgondiër’ gehoord. Over het algemeen wordt hier iemand mee bedoeld die geniet van de goede dingen des levens. En dat hij - bij deze uitspraak wordt zelden aan een vrouw gedacht - hiervan houdt is hem ook aan te zien; rode wangen van plezier (of de wijn), een relatief klein buikje en een gulle lach. Hij is altijd in voor een gezellig etentje en een lekker wijntje. Hij heeft plezier in het leven.

Deze pagina’s gaan over de streek waar deze uitspraak vandaan komt. De streek die vooral bekend staat om haar wijnen en waar dan ook een prachtige wijnroute, de ‘Route des Grands Crus’, doorheen kronkelt. De artikelen zijn grotendeels geschreven door mensen die in de streek wonen of er een huis hebben, zij zijn dus goed bekend met hun omgeving. Er zijn prachtige verhalen over legendes, helden en belangrijke dorpsfiguren en er zijn overzichten met markten en festivals. Bovenaan dit verhaal kunt u klikken op de anchorlines van deze verhalen om er direct bij te komen. Bekijk deze pagina’s en lees de prachtige verhalen die er staan, al dan niet vergezeld van foto’s. Bent u aan het eind van het verhaal benieuwd naar de plek waar het geschreven is en zou u daar ook wel eens naartoe willen, dan kunt u onderaan het stuk op de link klikken en het desbetreffende huis bekijken. Bent u zo onder de indruk dat u er ook wel zou willen wonen, klik dan hier voor het aanbod in de Bourgogne. Voor het gehele huuraanbod van de Bourgogne, klik hier.
U heeft ook de mogelijkheid om alvast in de stemming te komen door de recepten uit te proberen die ook op deze pagina’s te vinden zijn. Er zijn heerlijke recepten voor boeuf bourgignon, morvahdiau en kir royale. Als u bovenaan de pagina op de anchorline van het recept klikt, komt u er direct. Geniet, misschien zelfs onder het genot van een glas wijn uit deze regio, van de prachtige verhalen die voor u geschreven zijn. Veel plezier!
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
|
EEN KLEIN GALLISCH DORPJE……
2000 jaar Champrobert en de Morvan in een notendop
Op zoek naar 4 muren en een dak op een idyllische plek met weergaloos uitzicht, vonden wij “ons”gehucht Champrobert ( commune Larochemillay) tijdens de paasdagen van 1993. Champrobert bestaat uit een 15-tal fermettes al of niet met wat schuren. In 1993 waren er nog 12 vaste bewoners, in 2005 nog slechts 7. Als zich niet een jeugdige archeologe (werkzaam bij de opgravingen op de Mont Beuvray in Bibracte) in het dorp had gevestigd was de gemiddelde leeftijd nu ruim boven de 80 geweest. Champrobert boft trouwens nog met het aantal van 7 vaste, oorspronkelijke inwoners, veel hameaus in de directe omgeving, zoals Montjouan, kennen helemaal geen oorspronkelijke bewoners meer. Rond 1900 had Champrobert nog 120 inwoners en 4 kroegen en heeft toen waarschijnlijk de top van haar aantal bewoners en economische welstand gekend.
Al voor de aanvang van onze jaartelling kende Champrobert een belangrijke economische activiteit, dankzij de aanwezigheid van marmer. Op zich een geologisch unicum; een piepklein marmer voorkomen in een overigens volledig graniet gebied. Direct onder Champrobert bevindt zich (nu onder het water van een etang) de marmergroeve. Al het bruine-zwarte en deels witte marmer waaruit de Janus tempel en het Romeinse stadion van Autun zijn gebouwd, is gewonnen in Champrobert. Brokken marmer vinden we nog overal terug in de muren van de fermettes en granges van Champrobert, maar ook links en rechts van de routes rurales die zich ten zuiden van Champrobert splitsen naar St.Honore les Bains, naar Neuilly en naar Chiddes. De marmergroeve was in de Romeinse tijd een aantal eeuwen in productie en werd daarna verlaten, totdat in de eerste helft van de 20 e eeuw een nieuwe poging werd gedaan om de groeve in productie te nemen. Alle inwoners werden overgehaald aandelen te kopen in de mijnmaatschappij – ze hebben er nooit een centime van teruggezien. Het marmer uit Champrobert bleek te bros om marmeren tegels van te maken en het kwalitatief acceptabele marmer zit te diep om exploitatie winstgevend te laten zijn. Toen een aantal mijnwerkers werd verpletterd onder een losgeschoten brok marmer, is de groeve op last van de autoriteiten definitief gesloten. Alleen het mooiste huis van Champrobert herinnert nog aan deze tijd; hier waren de ingenieurs van de mijn gevestigd.
Apart van het marmer is de geschiedenis van Champrobert identiek aan die van de gehele Morvan. De argeloze toerist van nu weet veelal niet dat het gebied in de vroege middeleeuwen relatief dicht bevolkt was . De Morvan was bij uitstek de leverancier van brandstof voor Parijs. Brandhout was de kern van de economische activiteit. Het transport gebeurde in principe 2x per jaar, de zogenaamde Grande Flotte en Petite Flotte. Via de bovenlopen van de Yonne gingen de gevelde stammetjes naar Clamecy, hier werden omvangrijke vlotten samengesteld, die vervolgens stroomafwaarts naar Parijs vertrokken. Het is nauwelijks voor te stellen dat hout getransporteerd kon worden in lieflijke beekjes als de Dragne, die nu met bomen omzoomt zijn. Die lieflijke beekjes werden echter voor het houttransport tijdelijk kunstmatig veranderd in woeste rivieren. Overal langs deze beken waren namelijk in groten getale stuwmeertjes(etangs) aanwezig. Door volgtijdelijk de schuiven van deze etangs te openen werd de watertoevoer zodanig vergroot dat het hout stroomafwaarts werd gesleurd. Het merendeel van deze etangs is in onbruik geraakt en verdwenen. De oplettende wandelaar of fietser zal echter overal in het landschap door de vegetatie en de aanwezigheid van oude stuwwallen de plaatsen waar ze zich bevonden, herkennen.
De leegloop van de Morvan
De Morvan is tussen 1880 en 1945 grotendeels ontvolkt, dit had een aantal hoofdoorzaken. Parijs schakelde in enkele decennia tijd volledig over op steenkool als energiebron en daarmee raakte de Morvan in een diepe economische crisis. Morvandiaux en Morvandelles vertrokken en masse naar Parijs. De meisjes werden vaak expres zwanger om daarna geld als voedster te kunnen verdienen bij de bourgeoisie van Parijs. De mannen hadden vaak maar een enkele uitweg: dienst nemen als soldaat.
De tweede en belangrijkste ontvolkinggolf komt dan ook voort uit de eerste. Geen enkele streek in Frankrijk heeft meer inwoners verloren in de loopgraven van de Eerste Wereld Oorlog dan de Morvan. Dorpen als Fachin hebben meer dode inwoners op hun oorlogsmonument staan, dan dat ze vandaag de dag als inwoners hebben.
De geschiedenis van de Morvan in de 2e Wereldoorlog wordt gekenmerkt door grote aantallen verzetsgroepen (maquis). De oudste nog levende inwoner van Champrobert is een van deze verzetstrijders. Gelukkig zijn er inmiddels een reeks boeken geschreven die de geschiedenis van deze verzetsgroepen hebben vastgelegd. Achter vrijwel elk verzetsmonument in de Morvan zit een verhaal dat een film waard is. De legendarische maquis Louis, met zijn eigen Vrijstaat - Camp des Frachots - tussen Larochemillay en Sanglier, slaagde er zelfs in, na een complete mobilisatie van alle mannen boven de 18, om het zuidelijk deel van de Morvan zelf te bevrijden voordat de Geallieerde troepen en de Vrije Fransen van de Gaulle dat deden. Helaas werd Louis een week voor de capitulatie bij het beproeven van een stuk luchtafweergeschut, dat de Britten 1 kilometer buiten Chiddes voor hem hadden gedropt, opgeblazen.
Twee van zijn manschappen, 80- ers, George en Marcel mag ik tot mijn vrienden rekenen. Morvandiaux staan bekend om de hoeveelheid alcohol die ze kunnen nuttigen, maar op doktersvoorschrift moeten mijn bejaarde vrienden het daarmee wat kalmer aan doen. Ze zijn, net als hun vrouwen, verzot op Hollandse advocaat. Elk jaar komen ze in de laatste week van oktober bij ons op een “Quatre de Morvan”, waarbij de mannen oorlogsherinneringen ophalen en na enkele glaasjes uit volle borst verzetsliederen gaan zingen. George kent elke boom, elk huis en elke pierre de borne (grenssteen die de scheiding tussen percelen aanduidt) tussen le Niret en Larochemillay. Bij de aankoop van een al 50 jaar leegstaand huisje kregen wij automatisch een 7-tal bosperceeltjes die voor ons onvindbaar waren totdat we George om hulp vroegen. Gewapend met een sikkel aan een lange stok, ( zoals de druïde van Asterix), een 100 meter lang meetlint en de kadasterkaart gingen we met op weg. Het meetlint had hij niet nodig. Zelfs op plaatsen waar geen pad te vinden was en je je door dicht struikgewas heen moest worstelen, zocht hij even met zijn stok tussen mos en bladeren en vond de grensstenen van onze bospercelen.
George en Marcel zijn unieke Morvandiaux, de laatsten der maquis in onze vallei. We vrezen het onvermijdelijke moment dat ook hun fermettes verworden tot maisons secondaires.
Dit stuk is geschreven door B. van Zanten, benieuwd naar de accommodatie(s) van deze schrijver, klik hier.
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
|
Een Frans café
Tussen de zachtgroene heuvels van de zuid-Morvan ligt Villapourçon. Een slaperig dorpje dat misschien wel stiekem een gehucht is. Maar het heeft een kerk, een kruidenier en het belangrijkste kenmerk van een dorp, een gemeentehuis, dus tja...
Aan het plein zit, zoals aan alle goede pleinen, ook een cafeetje. Eigenaresse is Marie-Lou, een vrolijke Franse dame van in de zeventig. Al jaren runt zij hier haar knijpje, compleet met bloemetjesbehang, hond, en rokerige potkachel. Op zon- en feestdagen, draagt Marie-Lou een pruik, maar meestal is zij ‘au naturel’. Niemand in Villapourçon ligt wakker van een beetje minder haar. Het gaat om l’esprit, en die is bij Marie-Lou volop aanwezig. Oud Frans boertje met baret, Nederlander met dikke four-wheel-drive, ze praat met iedereen alsof het familie is. Om bij te verdienen werpt Marie-Lou zich ook op als taxichauffeuse. Haar meterslange Citroën CX heeft betere dagen gezien. Hij hangt wat laag op zijn wielen en ook de stoelen zijn in de afgelopen twintig jaar behoorlijk doorgezakt. Marie-Lou komt nauwelijks nog boven het dashboard uit. Hoe dan ook, Marie-Lou’s slagschip is voor veel bejaarden uit de omgeving hét vervoermiddel om naar de markt te gaan. Voordelig, en je maakt onderweg nog eens een praatje. Marktdag in Moulins Engilbert is het hoogtepunt van de maand*. Stalletjes met harde geitenkaasjes, bezems, worsten, kippen en konijnen. Kokette dametjes met boodschappenmandjes vol groenten. Keuvelende mannetjes in overalls, leunend op een wandelstok, een baguette onder hun arm. Kortom, het echte Franse leven, vol met een certain je ne sais quoi…
 Mari-Lou dansend voor haar café Le Refuge
Voor wie in het café een praatje wil maken… Marie-Lou schenkt haar wijn tot hij bol staat op de rand van het glas. Voorzichtig dus met die eerste slok! Meer zin in een cocktail? Probeer dan eens een Kir Royale, een typisch Bourgondisch aperitief. Ook lekker voor op je eigen terras. Zonnetje en uitzicht erbij. Wie zegt dat goden in Frankrijk niet bestaan?
• De markt in Moulins-Engilbert is iedere eerste dinsdag van de maand
Dit stuk is geschreven door M. Kooiman, benieuwd naar de accommodatie(s) van deze schrijver? Klik hier.
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
|
De Morvan en haar ’Nourrices’
De Morvan is een van oorsprong zeer arm gebied. Wijn gedijt er niet, en de bewoners leven al eeuwenlang van de opbrengst van hout, koeien, vroeger ook van varkens, en ook van de opbrengst van moedermelk.
Voor de rijke Parijse dames was het ondenkbaar om hun eigen kinderen borstvoeding te geven en daarom lieten deze families vrouwen uit de Morvan komen die hun eigen baby's achterlieten en naar Parijs trokken. Ze kregen daar meestal een heel goede behandeling, speciale kleding en goede voeding. De families raakten vaak erg gehecht aan hun nourrice, en voor de vrouw was het een mogelijkheid om haar familie in de Morvan te onderhouden. Zo'n periode van zogen duurde soms een paar jaar, en daarna ging de correspondentie tussen de beide families soms het hele leven door. Met geld en cadeautjes voor de nourrice en haar gezin. De weeskinderen uit Parijs werden vaak uitbesteed aan gezinnen in de Morvan. Ook hiermee werd geld verdiend. Tot een paar jaar geleden was dat nog zo. Nu is er een regel gekomen die verbiedt dat kinderen ondergebracht worden bij mensen die ouder zijn dan 60 jaar. In het dorpje bij mijn huis wonen bijna alleen nog oude vrouwen - de school is nu dus opgeheven want er zijn niet genoeg kinderen meer. Het toerisme is nu een bron van inkomsten aan het worden, hoewel je nog niet kunt spreken van een toeristisch gebied. De weilanden staan vol met het vee dat in familiegroepen de hele zomer buitenstaat en er is een bloeiend bedrijf dat conserven en andere streekproducten maakt en in een naastgelegen winkel verkoopt. Maar de Morvan is nog steeds een gebied waar de mensen hebben geleerd zuinig te zijn en ze kijken met onbegrip en misprijzen naar die Nederlanders die de hele nacht een buitenlamp aan laten.
Dit stuk is geschreven door H. van Kampen
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
|
DE ENCLAVE CÔTE D’OR VAN DE DUCS DE BOURGOGNE
Het verhaal van Château du Menessaire
In vroeger tijden hadden de Ducs de Bourgogne het niet altijd even makkelijk met het verdedigen van hun bezittingen. Daarom besloten ze uit te wijken naar een minder toegankelijk oord; de Morvan (Keltisch: donker bos). Aan de rand van de Morvan, net buiten hun territorium, bouwden ze in 1296 tegen de rug van de 792 meter hoge Mont de Moux het Château du Menessaire. Omdat ze hun bezitting toch wel op eigen grond gebied wilde hebben, lijfden ze het gebied waarin het stond in als enclave. Na de honderd jarige oorlog werd het château door de hertog van Bourgogne verkocht. Onder Lodewijk IX werd het château in brand gestoken en verwoest. Pas in 1578 werd het weer opgebouwd en versterkt.
Het château de Menessaire wordt sinds 1972 gerestaureerd. De wand- en plafondschilderingen behoren tot een stijl die nog maar in drie château’s in Frankrijk te bewonderen zijn! De Lois XIV eetzaal is weer in oude luister hersteld. De restauratiewerkzaamheden worden uitgevoerd door werkkampen van jongeren die zich elke zomer weer belangeloos inzetten voor de restauratie. Zo werden er in de laatste twee jaren 250.000 dakpannen vervangen! Het château is in de zomermaanden elke dag te bezichtigen. Buiten de zomermaanden kan dat alleen in het weekend. Het is zeker een bezoek waard. Twee keer per jaar, het laatste weekend van oktober en het eerste weekend van mei, vindt er een grote oldtimers meeting plaats. Het is een prachtig gezicht als het château het decor is van tientallen oude bolides!
Om bij het château te komen steek je de departementsgrens over, dan kom je op het drielandenpunt van Nievre, Saone –et – Loire en Côte d’Or, om vervolgens weer in een enclave van de Côte d’Or terecht te komen. En vergeet vooral niet om ook even de rest van het dorpje te bekijken. De authentieke lintbebouwing met rieten daken had in 1768 ten gevolge dat het gehele dorp afbrandde, het vuur had hier vrij spel. Maar het is later weer allemaal opgebouwd. Het café van Menede is een ook bezoekje waard; hier heeft de tijd stil gestaan, je ziet het buiten al aan de ijzeren caféstoeltjes en tafeltjes op zuiltjes! Binnen is een gezellige huiskamer, rondom een grote potkachel voor als het eens wat killer is.
Het vakantiehuis l’Ermitage maakte als fermette ooit deel uit van het Château du Menessaire. Waar ooit het Charolais vee op stal stond, voordat het als ‘Boeuf Bourgignon’ op de rijkgedekte tafels van de Ducs de Bourgogne eindigde, is nu een comfortabele zit- slaapkamer. Alleen het eikenhouten gebinte herinnert nog aan de tijd dat hier een stal was. Het is een mooie plek om eens een week te vertoeven. Wandelwegen zijn er te over, een GR route sluit direct aan op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella, via Vezelay. En voor een verkoelende duik, is het Lac des Settons op 10 kilometer afstand.
Dit stuk is geschreven door C. de Jonge, benieuwd naar de accommodatie(s) van deze schrijver? Klik hier.
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
|
Bricoleren en een cursus Frans in één
‘even een paar zakken cement halen’ Ger en Marja zijn sinds ongeveer zes maanden de gelukkige eigenaars van een huis in Frankrijk, een opknappertje in de Bourgogne. Ze hadden tijd genoeg om ermee aan de slag te gaan, want, zo hadden ze tegen elkaar gezegd: “We gaan hier permanent wonen, we zien wel hoe het loopt.”
Op zomaar een mooie ochtend in de Bourgogne besloot Ger dat hij die dag iets aan de muren wilde gaan doen. “Het wordt tijd dat ik eens met die muren aan de gang ga,” zei Ger, “Voor je het weet is het winter.” Het enige probleem voor Ger was de taal. “Leuk land, Frankrijk, jammer dat ze er Frans spreken.” Dat was zijn standaard-opmerking. Marja’s Frans was iets beter, ook niet echt vloeiend, maar ze kon zich er in ieder geval mee redden. ”Ik zal eens zien of ik wat zakken cement kan kopen. Ben met een uurtje weer terug.” En Ger vertrok vol goede moed met de auto richting het dorp. In Frankrijk zijn veel dingen net even anders dan in Nederland. Als je in Nederland bijvoorbeeld cement nodig hebt, ga je naar een bouwbedrijf waar je alle spullen kunt halen die je nodig hebt. Zo niet in Frankrijk. Hier moet je voor zand naar een zandleverancier en voor cement zul je wel ergens anders heen moeten. Maar waar?? Ger wist het kennelijk, want hij leek met een duidelijk doel op pad te zijn gegaan.
Na ongeveer 3 kwartier reed de auto het pad weer op. “Da’s vlug. En, heb je het gevonden?” “Nee!” klonk het tamelijk nors. “Hoe kan dat dan? Je wist toch waar het was? Waar ben je dan heen gegaan?” “Ik had net even buiten het dorp een bord zien staan met ‘cimetière’ en dacht dat dat wel iets te maken zou kunnen hebben met cement. Cement zal wel ‘ciment’ zijn in het Frans. Logisch toch? of niet dan?”
Marja kon niet meer reageren, want de tranen liepen haar over de wangen van het lachen. “Cimetière betekend begraafplaats in het Frans!” proestte ze. “Wist je dat niet?” “Nu dus wel!” was het antwoord en vlak daarna klonk het geluid van een deur, die net iets te hard werd dichtgeslagen…..
Mont Dardon
Wij wonen in het zuid-westen van de Bourgogne, aan de voet van de Mont Dardon. De Mont Dardon is een berg van 605 meter hoogte en biedt een magnifiek uitzicht over de omgeving. Bij helder weer kun je met een goede verrekijker de Mont Blanc zien, volgens een bewijzering op de top van de berg. Op de Mont Dardon worden met Pinksteren en met Sint Jan traditioneel feesten gehouden. Er wordt dan een grote feesttent opgezet met een flink aantal tafels en stoelen. Met Pinksteren is het twee dagen eten en dansen geblazen. Het feest begint ’s avonds tegen acht uur, je bestelt dan een complete maaltijd, waar de slakken natuurlijk niet aan kunnen ontbreken. Na enige uren ruikt de hele tent dan ook naar de knoflookboter, hetgeen een typisch Frans gebeuren is.
Met Sint Jan, de langste dag van het jaar, wordt er op de top van de berg een groot vuur ontstoken. Ook hier wordt natuurlijk weer gegeten, en niet te vergeten, gedronken. Om twaalf uur ‘s nachts komen de kinderen van de lagere school uit het vlakbij gelegen dorpje Uxeau, in optocht de berg op met lampions waar nog echte kaarsjes in branden. Af en toe gebeurt het dan dat een van de lampionnen letterlijk in rook op gaat. Het huilende kind moet dan uiteraard getroost worden. Als het vuur ontstoken is blijft iedereen nog uren napraten, en drinken totdat de laatste takken verbrand zijn en het vuur gedoofd is.
Dit stuk is geschreven door F. en T. Weiers, benieuwd naar het aanbod van deze schrijvers? Klik hier.
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
|
Lekker eten in de Morvan
Groot is goed, veel is lekker en meer is beter!
In de Morvan werd (en wordt nog steeds) hard gewerkt. Voornamelijk zwaar lichamelijke arbeid zoals bomen kappen en hout vlotten, het land bewerken en koeien beheren. Wat eten betreft heerst er dan ook het motto: veel is goed. En dan bedoelen ze niet: veel groenten. Een maaltijd zonder aardappelen is geen maaltijd. Deze worden in het Morvandiëes (patois) "troffes" genoemd. Dit kun je vertalen als: de truffels van de armen. Aardappelen lijken op truffels: ze komen allebei uit de grond en zijn donker (althans de truffels uit de Bourgogne zijn donkere truffels).
Wanneer je hier bij een franse buurman uitgenodigd wordt om te komen eten is dat een hele eer. Alles wordt dan ook letterlijk en figuurlijk uit de kast gehaald: de tafel wordt feestelijk gedekt met het beste servies en bestek, en naast het bord een aantal glazen die al het ergste doen vermoeden: er zal gedronken worden, en niet weinig ook. Zo'n maaltijd is hier over het algemeen 's middags om 12.00uur. Er wordt begonnen met de "thé du Morvan"ofwel whisky. En als ze je een "whisky cowboy" (uitgesproken als: kooboj) geven, pas dan maar op dat je niet vóór één uur 's middags al op de tafel aan het dansen bent. Na het aperitief, waar ook al de nodige versnaperingen worden geserveerd, begint de maaltijd pas echt: met eerst vis (witte wijn), dan vlees, bijvoorbeeld een assiette morvandelle (rode wijn) dan nog eens vlees (natuurlijk een andere rode wijn), gevolgd door vele soorten kaas (met: ....juist: een nog steviger rode wijn), en een toetje met champagne. Bij de koffie een opkikkertje: hier in het dorp is dat meestal de door de burgemeester gestookte eau-de-vie Poire William. Iedere dorpeling kan zijn peren naar de burgemeester brengen (die heeft een stookvergunning). Hij gooit ze in een ton, laat ze gisten en brengt ze als ze klaar zijn, naar de stoker, die er zware alcohol van tovert, door ons inmiddels omgedoopt tot eau-de-mort. Vroeger kwam hier een reizende stoker langs met zijn "alambique". Dan kon je daar je fruit ter plekke laten stoken tot verwarmende dranken. Want de winters in de Morvan waren koud. Nog steeds staat er zo nu en dan een advertentie in de krant van een "Alambique" die in een bepaald dorp langskomt en de mensen oproept op een bepaalde tijd langs te komen. een assiette morvandelle:
Dit stuk is geschreven door M. van Burg, benieuwd naar de accommodatie(s) van deze schrijver? Klik hier.
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
|
De Bourgogne verhalend
Bril
In Premery gebeurt niet veel. Althans, betrekkelijk weinig. Ooit had iedereen er waarschijnlijk werk. Toen de houtskoolfabriek het nog deed. Bij het binnenrijden van het dorp torent de puist van verroest staal hoog boven de huizen uit. Het oogt als een verlaten filmset. Het komt tegemoet aan al mijn jongensdromen.

Ik zit er elke ochtend mijn Volkskrantje te lezen, in een bar in de nu herfstachtige en verlaten hoofdstraat van dit dorp. Rond een uur of half tien komen steevast dezelfde mensen zich levensmoed indrinken. Een beetje sjofele mensen. Bij binnenkomst is iedereen nog van goede zin en wordt er nog vriendelijk goedendag gewenst. Eenmaal aan de bar, een hand aan het glas, slaat de lethargie ogenblikkelijk toe. Niemand zegt meer iets, men kijkt links, rechts en dan gaat de blik op oneindig. Ik zou niets liever dan ‘een petit blanc’ meedrinken, maar het vooruitzicht van de toorn van mijn gezin, aan de ontbijttafel, is meer dan genoeg reden daarvan af te zien.
Ook Premery heeft zijn outcast, zijn dorpsgek. Ik ontmoette hem bij het verlaten van de bar. Hij trad mij tegemoet met gebogen hoofd, sigaret in de mond, de ogen op het trottoir gericht en versperde mij de weg. Het duurde even voor ik tot het besef kwam dat hij een vuurtje wilde. De jonge eigenaar van de bar schoot ervan in de slappe lach.
Elke dag besluit ik mijn barbezoek, dat bewaar ik voor het laatst, met het lezen van de column van Martin Bril, columnist van de door mij, bij de plaatselijke ‘Tabac’ aangeschafte Volkskrant. Iedere columnist zou een vergelijking met Martin Bril glansrijk willen doorstaan, maar dat blijft in alle gevallen de vader van de gedachte. Die wens komt nooit uit. Bril is Bril en hij staat op eenzame hoogte. Als hij in Frankrijk verkeert en er, net als vandaag, in Premery, niets te beschrijven valt, dan is Bril op zijn best. Hij maakt van niets iets en dat op onnavolgbare wijze.
Er zijn, desalniettemin, opvallende gelijkenissen. Ik wil in de ogen van Bril geen slapjanus zijn, dus ook ik lever in de vakantie mijn columns trouw bij mijn hoofdredacteur in. Bril is net als ik behept met een natuurlijke neiging tot verslaving en mevrouw Bril beschikt, net als mijn vrouw, over een paar fantastische billen en een huis in Frankrijk.
Daar houdt de gelijkenis dan wel zo’n beetje op. Bril kleedt zich aanmerkelijk beter, zelfs tijdens zijn vakantie draagt hij fancy colberts en hij heeft twee dochters. Ik heb twee zonen en ik draag graag afgedragen T-shirts. Ik kan niet in de Franse schaduw van de heer Bril staan.
Ik kijk uit naar de dag van morgen, overmorgen, volgend jaar, de lente, de zomer. Premery doet zijn best een mondiaal dorp te zijn. Met grote regelmaat is er een Brocante in Premery. De grootste en leukste in de wijde omgeving. Iedereen stalt de inhoud van zijn zolder op straat uit, er worden bloemen verkocht, stinkende kazen en fantastische Franse liflafjes. Gewiekste handelaren verkopen er hun antieke wijnrekken, tafels, lampen en hertengeweien, waar mijn vrouw en ik vervolgens onze Franse boerenwoning mee oppimpen. Het dorp en zijn inwoners komen tot leven. De terrassen zijn vol en iedereen lacht, eet, drinkt en viert feest.
Een nieuwe, sprankelende lente- en zomerdag. Een nieuwe Bril.
Rokus Loopik La verte Colline....
|
|
| |
 |
|
|
Streekgerechten
KIR ROYALE
Schenk een bodempje crème de cassis in elk glas. Vul de glazen met gekoelde crème de Bourgogne (een sprankelende witte wijn). Meteen serveren. Santé!
Dit recept wordt aangeboden door M. Kooiman, benieuwd naar de accommodatie(s) van deze tipgever? Klik hier.
MORVAHDIAU: LA POTEE
Een bewerkelijke, maar heerlijke original uit de streek, mij geleerd door madame Lemaitre de moeder van dé Charcutier in Moulins - Engilbert.
Benodigd: 1 à 2 kontjes (overgebleven stukken) van een rauwe ham, 4 gerookte 50/50 varkensworstjes en 2 ongerookte, petit salé en lard salé (non fumé), alles daar te koop; . (voor een zeer goede uitvoering drie dagen tevoren bij hem een Jarret Arrière demi sel, bestellen in plaats van de petit salé; dit is het bovenstuk van een ham.)
Een beetje knoflook en prei, kool, ui, wortelen, meiknollen of andere groenten van het seizoen; witte wijn, kummel, (evt. kerrie¬poeder), venkelpoeder, bouillonpoeder. Het vet van de kontjes afsnijden, ze in enkele stukken snijden en 24 uur in water ontzouten. Het water geregeld verversen. Daarna in kleine stukjes snijden. Deze (en ook eventueel de Jarret Arrière) aanbakken, groenten erbij en langzaam (2 à 3 uur) laten stoven. De andere ingrediënten toevoegen. Later de petit salé en de lard salé. De worstjes het laatste half uur mee laten sudderen. Eten met brood of aardappelen. De Jarret Arrière is gaar als je je vinger er in kunt steken.
Dit recept wordt u aangeboden door R. Hoekenga, benieuwd naar de accommodatie(s) van deze kok? Klik hier.
BOEUF BOURGIGNON
Voor 6 personen
1,5 kg. runderschouder 750 ml. rode wijn (bourgogne, uiteraard) 3 tenen knoflook bouquet garni 70 gram boter 1 ui, fijngesnipperd 1 wortel, fijngesneden 2 el bloem 200 gr. spek 300 gr. sjalotjes, gepeld, maar niet gesneden 200 gr. kleine champignons versgemalen peper en zout
Snijd het vlees in blokjes van ± 4 cm en snijd het vet weg. Doe het vlees, de wijn, de knoflook en het bouquet garni in een grote kom, dek af en zet het een nachtje in de koelkast. Haal het vlees uit de marinade en laat het goed uitlekken en dep het droog (bewaar de marinade en het bouquet garni wel). Doe ongeveer de helft van de boter in een grote stoofpan en stoof de ui en de wortel (samen met het bouquet garni) ongeveer 10 minuten, wel af en toe roeren.
Doe de helft van de overgebleven boter in een grote braadpan op een hoog vuur, bak het vlees in ongeveer 5 minuten bruin. Doe het daarna in de stoofpan. Laat de pan op het vuur staan. Giet de marinade in de braadpan en laat een klein minuutje koken, onderwijl voortdurend roeren. Haal de pan van het vuur.
Zet de stoofpan (met daarin het vlees, de ui en de wortels) op een hoog vuur en bestrooi de inhoud van de pan met bloem. Laat het al roerende stoven tot de bloem een laagje op het vlees heeft gevormd. Giet dan de marinade erbij en roer alles goed door elkaar. Breng het aan de kook en laat het vervolgens 2 uur stoven.
Verwarm nu de oven voor op 160°. Doe de rest van de boter in een braadpan en bak het spek met de sjalotjes ongeveer 8 minuten, of tot de sjalotjes mooi zacht zijn (*niet bruin). Voeg dan de champignons toe en laat het een paar minuutjes stoven, wel af en toe roeren. Laat het mengsel vervolgens goed uitlekken ( in een vergiet of op keukenpapier), en doe het dan in de stoofpan. Roer alles goed oor elkaar.
Zet de pan ongeveer 30 min. in de oven, of tot het vlees zacht en mals is. Verwijder het bouquet garni en breng het geheel op smaak met peper en zout.
Bon Appetit!
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
|
Offices du tourisme
Klik op de naam van de steden en dorpen om bij de website van het Office du tourisme te komen.
Bourgogne (de regionale website)
• Côte d’Or - Dijon - Beaune
• Yonne - Sens - Auxerre - Avallon - Vézelay
• Nièvre - Nevers - Cosne-Cours sur Loire
• Saône et Loire - Autun - Le Creusot - Chalon sur Saône - Tournus - Montceau-les-Mines - Mâcon
|
|
| |
 |
|
|
Chambres de Commerce et d’Industrie
Voor de websites van de verschillende kantoren kunt u kijken op de website van het CCI.
C.R.C.I. BOURGOGNE Place des Nations Unies Parc de l'Europe - BP 87009 21070 DIJON CEDEX
C.C.I. D'AUXERRE 26 rue Etienne Dolet 89015 AUXERRE CEDEX
C.C.I. DE BEAUNE 2, rue du Tribunal 21200 Beaune Tél.: 03 80 26 39 39 Fax: 03 80 26 39 38
C.C.I. DE CHALON SUR SAONE-AUTUN-LOUHANS 28 boulevard de la République BP 190 71105 CHALON-SUR-SAONE CEDEX
C.C.I. DE DIJON 1 place du Théâtre BP 370 21010 DIJON CEDEX
C.C.I. NIÈVRE Place Carnot BP 438 58004 - Nevers cedex Tél : 03 86 60 61 62 Fax : 03 86 60 61 14
C.C.I. DE SAONE ET LOIRE Place Gérard Genevès BP 531 71010 MACON CEDEX
Siège (adresse postale) : 26 Rue Etienne Dolet 89015 AUXERRE Cedex Tél : 03 86 49 40 00 Fax : 03 86 49 40 09
Direction Générale : 14 Bvd du 14 Juillet 89100 SENS Tél : 03 86 83 63 00 Fax : 03 86 64 47 96
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
| |
|
|
| |
| Advertentie aanmaken? Klik hier. |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
|
|