CHAMPAGNE; ALS ER IETS TE VIEREN VALT
De Champagne-streek spreekt bij velen tot de verbeelding. Zouden ze hier nu echt - in plaats van een glaasje wijn, een biertje, of zelfs een kop koffie – alleen maar champagne drinken? Het kostelijke, en vaak kostbare, vocht komt uit deze streek. Het drankje is bedacht en gemaakt door monniken, iets wat bij vele dranken het geval lijkt te zijn.
De oudste en meest bekende champagne is de Dom Perignon, naar de uitvinder van de champagne zoals wij deze kennen. Deze Dom Pierre Perignon, keldermeester bij de Benedictijnse abdij van Hautvillers bij Épernay, bedacht rond 1670 de tweede gisting in de fles, die voor de belletjes in de drank zorgden. Wijnhistorici ontkennen dit verhaal; wijn uit de champagne-streek is volgens hen van nature mousserend. Maar ook de historici geven aan dat Dom Pérignon een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van de champagne zoals wij die kennen. Ook was hij een van de eersten die begon met het fenomeen assemblage; het mengen van verschillende wijnen om een subtielere en meer verfijnde smaak te creëren. Voor die tijd was de champagne een ‘gewone’ stille wijn. Deze was toen al erg populair onder de koninklijken en de edelen van dat moment. Ook werden in die tijd de kurk – noodzakelijk om de belletjes in de fles te houden- en de manier om de wijn te klaren uitgevonden. Het resultaat? Dé Dom Perignon. Van deze bubbeltjeswijn werden binnen een paar jaar na de dood van Dom Perignon al meer dan 30.000 flessen naar het buitenland geëxporteerd. Het geheim van deze monnik werd generatie op generatie overgebracht binnen het klooster, maar bij het plotseling overlijden van een van de monniken ging het verloren. Ze bedachten echter een nieuw, en nog beter, procédé; dit werd de erkende ‘méthode champagnoise’. Je zou denken dat het vanaf dat moment een mooie tijd zou zijn voor de mensen in de streek en dan vooral voor degenen die iets met het drankje te maken hadden. Maar niets bleek minder waar; een nare bladluis en twee wereldoorlogen die onder andere op de champagne-grond werden uitgevochten zorgden ervoor dat de velden keer op keer opnieuw moesten worden aangeplant. Na de Tweede Wereldoorlog konden de wijnboeren in de Champagnestreek echter ongestoord aan de slag, en het sprankelende drankje is sindsdien uitgegroeid tot hét drankje dat geschonken dient te worden wanneer er iets te vieren valt.

Bij een bezoek aan de champagnestreek kan een bezoek aan een champagne-huis natuurlijk niet overgeslagen worden. Bij de meeste huizen bent u voor individuele bezoeken van harte welkom, wanneer u het huis met een groep wilt bezoeken moet u vaak even van tevoren bellen. Een aantal huizen zit in Épernay, aan de befaamde Avenue de Champagne, hier zit onder andere het wereldberoemde Moët & Chandon. De meeste champagne-huizen zijn te vinden op internet. U kunt hiervoor onder andere kijken op de website van het CRT.
|